De tragedie van Utoya

Jul 23, 2011   //   by Ruud Greven   //   Blog, Columns  //  No Comments

Disclaimer: Onderstaande is een half fictief verhaal over de gebeurtenissen in Noorwegen en is gebaseerd op getuigenverslagen die ik gehoord en gelezen heb. Bedoeld om deze dag te omschrijven en het gevoel erbij voor eens en voor altijd vast te leggen op deze blog. Misschien lijkt het smakeloos of grof, maar het is helaas harde werkelijkheid, dat realiseer ik me maar al te best.

Badend in het zweet, met zijn hart kloppend in z’n keel wordt hij wakker. Hij kijkt naar zijn wekker die ‘m vertelt dat het nog maar 5 uur ‘d ochtends is. Shit, nog 3 uur wachten tot zijn ouders hem eindelijk wegbrengen naar het eiland Utoya waar hij een week op kamp gaat met bijna 600 gelijkgestemden.

Ineens moet het glimlachen. Zijn ouders grapten gisteren nog dat ze blij waren een weekje van ‘m af te zijn met al z’n ideologische geneuzel. Tja, andere 15 jarigen verdeden hun tijd achter hun computer met het doen van schietspelletjes of het kijken van series ofzo. Hij niet, daar had ie helemaal niets mee. Hij vond het veel intressanter om boeken te lezen of met vrienden te praten over waar het volgens hen naar toe moest met Noorwegen en hoe zij, als jonge Noorse burgers, konden zorgen dat ook over 30 jaar Noorwegen nog net zo veilig zou zijn als nu. Hij had gelezen dat zij zo’n beetje het enige land ter wereld waren waar de politie nog zonders wapens rondliep. Hij mijmerde wat verder, zich niet realiserend dat een week later zijn land er heel anders uit zou zien.

Een paar uur later vind hij zichzelf zwaaiend naar zijn ouders bij het verzamelpunt vanwaar de groep zou vertrekken naar het eiland. Zijn ouders hadden gezegd dat ze ‘m zouden missen, waarop hij ze op het hart heeft gedrukt dat ze echt niet elke avond hoefde te bellen, hij zou zich wel redden.

Hij was nog nooit meegeweest. Ook nog nooit zo lang alleen van huis geweest, maar als het er dan toch van kwam dan was dit toch wel de beste optie: Een prachtig eiland, met daarop 600 even zo prachtige jongeren. Ze hadden met zijn groepje al bedacht dat ze eiland wilden omdopen tot Utopia. Zo mooi was het er! De dagen vlogen voorbij!

Opnieuw schrok hij wakker, net als 5 dagen terug thuis gebeurde. Dit keer doordat de leiding van het kamp met trommels en vuvuzela’s binnen kwam stormen om weer een nieuwe dag in te luiden. Verdorie, het was nog veel te vroeg! Althans, zo voelde het, het was laat geworden gisteren. Het was inmiddels vrijdag en vanavond zouden zijn ouders hem weer ophalen. Stiekem mistte hij ze wel en ook veel van zijn nieuwe vrienden op het kamp mistte hun ouders, al zouden ze dat nooit zeggen.

Vroeg in de middag ontstond er wat rumoer in het kamp. Er was een aanslag gepleegd in Oslo. Wie komt er nou aan hun hoofdstad? Een gestoorde gek had een bom laten ontploffen en er was nog veel onduidelijkheid en speculatie, maar daar deed hij niet aan mee. Ze gingen ietwat bedremmeld verder met dat potje voetbal waar ze mee bezig waren.

Rond een uur of 3, hij weet het niet meer precies. Worden ze bij elkaar geroepen door de leiding. Er is een politie agent op het eiland om een controle te doen op het eiland naar aanleiding van de aanslag in Oslo. Vreemd denkt hij: “Waarom juist hier?”. Ze lopen met lichte tegenzin mee, maar balen wel, ze waren net aan het winnen met voetballen. Ze zijn melig. Zijn vrienden duwen elkaar steeds omver en ouwehoeren wat. Hij irriteert zich eraan. Het zal de combinatie van slaaptekort en verveling wel zijn, denkt hij. Na 5 dagen op zo’n kamp heb je het ook wel gezien en eigenlijk verheugt ie zich er bijna op om naar huis te gaan

Ze staan allemaal bij elkaar op het veldje bij het hoofdgebouw en in zijn ooghoek ziet hij de agent aan komen lopen. Eigenlijk heeft hij helemaal geen zin in dit verhaal en kijkt wat om zich heen. Hij ziet een paar van zijn nieuwe vrienden een eindje verderop staan en die lijken al net zo ongeïnteresseerd als hij. Wat moet de leiding wel niet van ze denken lacht hij. Hij gebaard zijn vrienden dat ze wel op moeten letten.

Dan ineens slaat de stemming om. Het gaat heel snel. Hij hoort knallen en in een reflex rent hij weg. Kinderen gillen en schreeuwen en rennen uit elkaar. Weer zo’n flauwe grap van de leiding zeker? Verdorie, hij schrok zich wezenloos en is spontaan ontwaakt uit zijn mijmerende, ietwat flauwige toestand waarin hij verkeerde. Zijn hart bonkt in zijn keel. Hij vind zichzelf rennend terug op het paadje richting het strandje, waar ie al zo vaak gelopen had.

Een paar van zijn voetbalvrienden wenken hem. Ze zitten weggedoken achter een bosje. Hij kijkt hen in de ogen en ziet doodsangst. Zo had ie ze nog nooit gezien. Wat is hier aan de hand? Hij loopt er heen en gaat ook achter het bosje zitten. “Hij heeft geschoten” stamelt de jongen die een kwartier geleden nog in het doel stond. “Waarom?”, “Geen idee”. Als ze achter het bosje vandaan kijken zien ze daar enkele meiden op de grond liggen. Ze zijn verbijsterd. In de verte horen ze meer schoten. WAT IS ER IN GODSNAAM AAN DE HAND?

Af en toe zien ze andere jongeren rennen. Op een gegeven moment zagen ze heel in de verte iemand lopen die leek op een politieman. Deze man riep de jongeren in de buurt bij zich. Korte tijd daarna hoorde ze schoten en veel geschreeuw. Zou het echt? Nee, dat kan toch niet?
Op een gegeven moment besluiten ze, als de schoten dichterbij lijken te komen, ook maar weg te rennen, maar waarheen? Ze rennen via het strandje naar een soort grot en kruipen daar in. Soms is het doodstil, soms horen ze geschreeuw en tussendoor schoten, heel veel schoten.

Na ruim een uur horen ze een helikopter en zien ze boten varen. Ze besluiten naar het strandje te lopen en zien daar huilende leeftijdsgenoten, compleet verslagen, sommige bebloed. Wat heeft zich hier in godsnaam afgespeeld? Hij weet het niet, maar realiseert zich dat hij nog maar een paar bekenden om zich heen heeft. De rest van zijn voetbalmaten zijn weg… Gewoon weg! Hoe kon hij dat laten gebeuren?

Dan gaat alles als een film. Hij stapt samen met zijn drie voetbalkameraden op een boot die ogenschijnlijk toevallig aanmeert. In de verte zien ze politieboten, ze zijn bang. Gaan die ons ook neerschieten? Ze weten het niet. Totaal verslagen laten ze zich zakken op het bankje in de boot.

Eenmaal aan land zien ze vele ambulances, politiewagens en lijkwagens. Ze worden door een mevrouw in een geel hesje weggeleid. Om hen heen schreeuwen allerlei mensen met camera’s en microfoons of ze kunnen vertellen wat er aan de hand was op het eiland. Hij krijgt het allemaal amper mee. Hij kijkt even later op zijn telefoon. Tientallen gemiste oproepen. Zijn ouders, zijn opa en oma en allerlei vrienden. Waarom bellen al deze mensen hem vraagt hij zich af. Hij is zich nauwelijks bewust van de tragedie die zich heeft afgespeeld…

En dan schrikt hij weer wakker. Badend in het zweet. Heeft hij dit allemaal gedroomd? Hij begint te huilen. Zijn moeder ligt op een stretcher naast zijn bed en troost hem, al weet ze niet goed hoe. Hij voelt de pleister aan zijn been en dan weet hij het weer, hij heeft het niet gedroomd. Het was de harde wekelijkheid. Hij had de avond ervoor tot 1 uur ‘s nachts voor de tv gezeten met zijn ouders. 8 doden, verschrikkelijk! In gedachten gaat hij terug naar die middag en bedenkt zich dat hij toch veel meer schoten heeft gehoord. Hij hoopt maar dat hij het zich verbeeld heeft… Een paar uur later slaapt hij weer in, om een halfuur daarna weer gillend wakker te worden.

Als hij ‘s ochtends wil gaan ontbijten krijgt hij geen hap door zijn keel. Op de achtergrond staat de tv weer aan en vaag hoort hij iets over 80 slachtoffers. Hij hoopte het verkeerde te verstaan, maar volgens zijn vader klopte het helaas wel. Hij brak… Zijn Noorwegen, zijn Utopia, zijn vrienden! Zo wreed kapotgemaakt. Hij voelde tranen branden, de grond zakte onder zijn voeten weg en hij zakte in elkaar…

Vanaf die dag zal zijn leven nooit meer hetzelfde zijn. Op 1 dag verloor hij enkele oude bekenden en klasgenoten. Ook zijn enkele van zijn nieuwe vrienden op brute wijze vermoord. Hij had ze graag beter leren kennen, maar dat werd hem niet gegund door die ene gek. Hij kon nauwelijks normaal over straat. Bij elke knal dook hij weg en bij het zien van politie mensen brak het zweet hem uit. Hij zou nooit meer dezelfde zijn… Zijn zorgeloze leven van voor 22 juli 2011 was voorbij en dat realiseerde hij zich maar al te best. Hij plofte neer op een bankje in het park en begon te huilen…

Leave a comment

Kalender

July 2011
M T W T F S S
« Jun   Aug »
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Recente reacties